Frédéric Régamey: L’Escrime en Belgique, 1891

nl - fr - en

Afbeelding in groot formaat
Originele legende
Legende met rechtstreekse aanduiding van de namen, groepering en kleuraanduiding (opgemaakt door Tom Pijnenborg)

De Franse tekenaar en schilder Frédéric Régamey (1849 – 1925) schilderde in opdracht van Albert Fierlants, voorzitter en stichter van de Cercle d’Escrime de Bruxelles, een groepsportret van de Belgische schermers. Het schilderij, “L’Escrime en Belgique” (gouache, 94 x 128 cm), werd voor het eerst tentoongesteld in 1891 en bleek later het chef d’oeuvre van de schilder, met een eervolle vermelding op het Franse Salon van 1892. Het werk werd als gravure gereproduceerd in het Franse tijdschrift L’Escrime française (01/01/1894), met een lijst van de 138 afgebeelde schermers, en het is deze gravure die het openingsbeeld vormt voor de historische pagina’s van de website fencing-belgium.be. Het originele schilderij maakt deel uit van de collectie van het Musée de l’Escrime “Charles Debeur” en hangt in het Sportimonium in Hofstade.

Onder het motto “L’Union fait la Force” verzamelde Régamey bestuurders, schermers en (vaak adellijke) beschermheren van de belangrijkste Belgische schermkringen.
Deze figuren werden echter niet willekeurig geplaatst. De Cercle d’Escrime de Bruxelles engageerde zich aan het einde van de 19de eeuw voor een vernieuwing van het Belgische schermen naar Frans voorbeeld en dat engagement werd in het schilderij tot uitdrukking gebracht.

Op de voorgrond zien we de voorbereiding van een treffen tussen de Antwerpse schermmeester Charles Beaurain en de Franse schermmeester van de Cercle d’Escrime de Bruxelles, Alphonse Thieriet.
Beaurain (links) vertegenwoordigt de traditie van het schermen in België. Hij stond hoog aangeschreven als schermmeester en als schermer, en hij was in 1889 nog voorzitter van de Antwerpse Cercle des Maîtres d’Armes Civils et Militaires die jaarlijks openbare examens organiseerde voor het behalen van het brevet van prevoost of schermmeester. Beaurain wordt omringd door een aantal andere grote namen van het Belgische schermen, zoals Léon Fadeux en lt. Jean-Baptiste Meiser, commandant van de militaire normaalschool van Brussel*, en wat verder achterin schermmeesters Eugène Desmedt en Henri Dupont. De militaire schermmeesters staan verspreid in het publiek.
Thieriet (rechts) vertegenwoordigt uiteraard in de eerste plaats de ambities van de Cercle d’Escrime, waar het verfijnde Franse schermen hoog in het vaandel werd gedragen. Hij wordt bijgestaan door Jules Strens (die links één en ander staat uit te leggen) en Emile Le Bourguignon, twee veteranen van de Cercle d’Escrime die tegelijk een brug slaan naar de oude Salle Selderslagh, waar ook Fierlants als schermer begonnen was. In het groepje zien we verder een jonge Léopold Merckx (bijgeschoold in Frankrijk) en Jules-Norbert Leirens, de actieve secretaris van de Sint-Michielsgilde van Gent.

* Meiser staat in het groepje van Beaurain, maar de militaire normaalschool van Brussel (destijds uitsluitend een opleiding voor schermmeesters) werd eigenlijk net zo goed opgericht op initiatief van de Cercle d’Escrime.

Thieriet krijgt een handschoen aangeboden door Charles Havenith, een van de secondanten van Beaurain en zelf geen onbekende in de schermzalen van Parijs. Deze handschoen is een uitdaging aan het adres van de Cercle d’Escrime, maar deze moet natuurlijk vooral symbolisch worden opgevat, want het merendeel van de betrokkenen was al gewonnen voor de vernieuwing. De verbroedering tussen de Belgische schermkringen was bovendien al eerder het onderwerp van tekeningen van Régamey.

In het midden van het schilderij zien we de opdrachtgever, Albert Fierlants, die uitleg geeft aan de illustere (overleden) voorgangers van de Cercle d’Escrime: Victor Cordelois, Mathieu en Napoléon Selderslagh, baron Léon d’Hoogvorst en Charles Bonneels. Dit groepje wordt geflankeerd door twee andere voortrekkers, Frederik Van den Abeele uit Antwerpen, en gen. Charles Van Loo van de Sint-Michielsgilde van Gent, en op de tweede rij staan de bestuurders van de Cercle d’Escrime het programma te bespreken.

Onder de aanwezigen staan natuurlijk nog heel wat belangrijke figuren, teveel om allemaal op te noemen. Interessant is het groepje rechts achteraan, met de jonge monitoren van de militaire normaalschool: adj. Maes, adj. Saussez, François Thirifay en Cyrille Verbrugge. Met name Thirifay en Verbrugge doen later nog heel wat van zich spreken.
Helemaal rechts, in het groepje van de Sint-Michielsgilde, vinden we tenslotte een jonge Albert Feyerick en vooraan zien we zelfs een heel jonge Ludo Van den Abeele. Beiden worden later voorzitter van de KBFS, en Feyerick wordt in 1913 natuurlijk ook de eerste voorzitter van de internationale federatie FIE.